Welkom Sinterklaas
Vanaf de steiger bij het Scheepvaartmuseum zingt Dirk Scheele met zijn pietenband het publiek toe. Mijn kleine pietjes en hun vriendjes zingen uit volle borst mee. De stoomboot, met Sinterklaas op de voorsteven, vaart na een lange reis over zee het Oosterdok binnen. Bíjna zet de Sint voet aan wal en zal de burgemeester van Amsterdam hem officieel welkom heten. De kinderen staan te popelen. Eindelijk gaan ze horen hoe blij Sinterklaas is om weer in Nederland te zijn. Dat hij alle namen nog uit zijn hoofd kent. Dat de inpakpieten nachtenlang hebben doorgewerkt. Dat tweehonderd bakpieten bergen pepernoten hebben gebakken. Dat Amerigo staat te trappelen om de daken op te gaan. Maar dan volgt het grote welkomstmoment. ‘Hallo Sint, fijn u te zien’, zegt Femke Halsema. ‘Ook fijn om u te zien’, antwoordt Sinterklaas. En dat was het. Geen warm welkom. Geen feestelijke introductie. Geen strikpiet die nog snel een losse veter van de Sint vastmaakt. Geen poetspiet die de staf en de mijter een laatste glansbeurt geeft. Geen turnpiet die een salto maakt vanaf de reling. Geen slaappiet die onderweg in een pepernotenzak in slaap is gevallen. Geen grapjespiet die de burgemeester per ongeluk een wortel voorhoudt in plaats van een microfoon. Niets. Het enige dat Femke Halsema zegt is: ‘Hallo Sint, fijn u te zien’. Waarop Sinterklaas antwoordt: ‘ook fijn om u te zien’. Dat o zo belangrijke warm welkomstmoment blijft uit. Er is geen strikpiet die de toevallig losse veter van de Sint moest strikken, geen poetspiet die de mijter en de staf van de Sint nog even poetst, geen turnpiet, geen slaappiet, geen grapjespiet. Niets. Wát jámmer dat het team van Sinterklaas dat moment niet beter heeft voorbereid. Hopelijk wordt er (na het lezen van dit blogje) volgend jaar wel invulling aan gegeven.